De beurs stort in
Op 24 oktober 1929, Zwarte Donderdag, dalen de koersen van alle aandelen. Veel bedrijven en banken gaan failliet. Amerikanen kopen geen Europese producten meer.
De handel valt weg
Nederland leeft van handel. Invoer en uitvoer dalen tot ongeveer een derde. Bedrijven en fabrieken sluiten.
| 1929 | 1935 | |
|---|---|---|
| Invoer | 2,75 | 0,94 |
| Uitvoer | 1,99 | 0,67 |
Zonder werk
Er zijn 640.000 werklozen. Colijn wil niet dat de overheid schulden maakt en bezuinigt: de aanpassingspolitiek. De lonen gaan omlaag, maar de export neemt niet toe.
Machines nemen het land over
Na de Hongerwinter moet Nederland nooit meer honger hebben. Boeren mechaniseren en worden groter. Tussen 1947 en 1960 verdwijnt bijna de helft van de banen in de landbouw. Het werk verhuist naar de industrie.
Eerst sparen, dan kopen
De lonen stijgen snel, de geleide loonpolitiek stopt en Nederland wordt een consumptiemaatschappij. Een tv blijft nog duur, maar steeds meer gezinnen kunnen luxe kopen.